mardi 2 avril 2019

Exercice de vocabulaire; woordenschatoefening / tekst; texte : 'Meertaligheid' / compréhension à la lecture; leesvaardigheid / néerlandais; Nederlands

  • Exercice lexical contextualisé / Woordenschatoefening in context
  • Vocabulaire de base néerlandais / Basiswoordenschat Nederlands
  • Thème : langues étrangères / Thema : vreemde talen
  • Texte à compléter / Invultekst
---------------
 OEFENING  EXERCICE 
Vul de ontbrekende woorden in / Complète les mots manquants
Klik op de afbeelding om die te vergroten!
Klik rechts op de afbeelding om die in een nieuw venster open te doen!
Cliquez sur l'illustration pour l'agrandir!
Cliquez droit sur l'illustration pour l'ouvrir dans une nouvelle fenêtre!
---------------
 OPLOSSINGEN : volledige tekst  /  SOLUTIONS : texte complet 
Er zijn heel veel verschillende talen, maar geen taal staat boven de andere. De oude talen zijn niet beter dan de levende. Het Italiaans is niet mooier dan het Duits. Elk kind, hier of in Azië of aan de andere kant van de wereld, leert duizenden woorden in zijn eigen taal en vindt zoiets niet moeilijk. De mensen reizen nu veel, in treinen, bussen en auto's, in schepen over alle zeeën; ze vliegen door de lucht in vliegtuigen; ze surfen op het internet. Daarom moeten we een paar vreemde talen leren : zo bouwen we bruggen tussen de volken.
---------------
Document : 'Meertaligheid' / pdf-formaat

vendredi 29 mars 2019

Exercice de grammaire; grammatica-oefening / mots interrogatifs; vraagwoorden, interrogatieven : WIE, WAT, WANNEER, HOE LAAT, WAAR, WAAR ... NAARTOE / néerlandais; Nederlands

  • Exercice de base / Basisoefening
  • Les mots interrogatifs : WIE, WAT, WANNEER, HOE LAAT, WAAR, WAAR .... NAARTOE? / De vraagwoorden, de interrogatieven : WIE, WAT, WANNEER, HOE LAAT, WAAR, WAAR .... NAARTOE?
  • Exercice de grammaire : poser des questions / Grammatica-oefening : vragen stellen
---------------
 Grammatica-oefening  /  Exercice de grammaire 

Stel een vraag : vervang de onderstreepte woorden door WIE, WAT, WANNEER, 
HOE LAAT, WAAR, WAAR ... NAARTOE.
Pose une question : remplace les mots soulignés par WIE, WAT, WANNEER, 
HOE LAAT, WAAR, WAAR ... NAARTOE.

01. Dat is een mooie verrassing.
........................................................................................
woordenschat ➛ de verrassing : la surprise
02. Peter komt om 5 uur met zijn zus
........................................................................................
03. Loes drinkt een kopje koffie in de tuin.
........................................................................................
04. De zoon van Hans is in juli met een Belgisch meisje getrouwd.
........................................................................................
05. Vanmorgen vliegt Eddy naar Parijs.
........................................................................................
06. Morgen rijdt ze met haar man naar Brussel.
........................................................................................
07. Meneer Kok gaat met zijn vrouw naar de bank.
........................................................................................
08. De jongen gaat elke dag te voet naar school.
........................................................................................
woordenschat  te voet : à pied
09. Hij blijft de hele dag thuis.
........................................................................................
10. Doris eet elke zondag bij haar grootmoeder.
........................................................................................
11. Ze komt vandaag om twaalf uur terug.
........................................................................................
12. De directeur wacht al een kwartier op zijn vrouw.
........................................................................................
13. De familie Kok eet vanavond in een restaurant.
........................................................................................
14. 's Woensdags gaat hij naar de kapper.
........................................................................................
woordenschat  de kapper : le coiffeur
15. De school begint om 8 uur.
........................................................................................
---------------
OPLOSSINGEN  /  SOLUTIONS 
01. Wat is dat?
02. Hoe laat komt Peter met zijn zus?
03. Waar drinkt Loes een kopje koffie?
04. Wie is in juli met een Belgisch meisje getrouwd.
05. Waar vliegt Eddy vanmorgen naartoe?
06. Wanneer rijdt ze met haar man naar Brussel?
07. Wie gaat met zijn vrouw naar de bank?
08. Waar gaat de jongen elke dag te voet naartoe?
09. Waar blijft hij de hele dag?
10. Wanneer eet Doris bij haar grootmoeder?
11. Hoe laat komt ze vandaag terug?
12. Wie wacht al een kwartier op zijn vrouw?
13. Waar eet de familie Kok vanavond?
14. Wanneer gaat hij naar de kapper?
15. Wat begint om 8 uur.
---------------
Pinterest : oefening - vraagwoorden : wie, wat, wanneer, hoe laat, waar, 
waar ... naartoe? / jpeg-formaat
Doctissimo : exercice - mots interrogatifs : wie, wat, wanneer, hoe laat, waar, 
waar ... naartoe? / format JPEG