lundi 15 juillet 2019

Onvoltooid tegenwoordig toekomende tijd [= o.t.t.t.], futurum (simplex) ; futur simple / grammaire; spraakkunst, grammatica / néerlandais; Nederlands

  • Le futur simple  / De onvoltooid tegenwoordig toekomende tijd [= de o.t.t.t.], het futurum (simplex), de toekomende tijd, de toekomst
  • Variantes non officielles : ottt, O.T.T.T., OTTT, O.Tk.T., OTkT / Niet-officiële varianten : ottt, O.T.T.T., OTTT, O.Tk.T., OTkT
  • Emploi de 'zal/zullen + infinitif' / Gebruik van 'zal/zullen + infinitief'
  • Grammaire néerlandaise / Nederlandse grammatica, Nederlandse spraakkunst
---------------
 Onvoltooid tegenwoordig toekomende tijd [= o.t.t.t.], futurum (simplex) 
OVERZICHTSTABEL
 Futur simple (en néerlandais) 
TABLEAU RECAPITULATIF
Klik op de afbeelding om die te vergroten!
Klik rechts op de afbeelding om die in een nieuw venster open te doen!
Cliquez sur l'illustration pour l'agrandir!
Cliquez droit sur l'illustration pour l'ouvrir dans une nouvelle fenêtre!
---------------
Diaspora / Plusporadocument 'Onvoltooid tegenwoordig toekomende tijd [= o.t.t.t.],
futurum' jpeg-formaat
Doctissimo : document 'Onvoltooid tegenwoordig toekomende tijd [= o.t.t.t.], futurum' / 
format JPEG
-
Pinterest : document 'Onvoltooid tegenwoordig toekomende tijd [= o.t.t.t.], futurum' / 
jpeg-formaat
-
---------------
SOURCES  /  BRONNEN 

Taaladvies : 

Taaltelefoon : 

VRT Taal :

Van Dale :

Genootschap Onze Taal :

lundi 1 juillet 2019

SNOEP : lekkernijen en zoetigheden (3) / geïllustreerde woordenschat in context; vocabulaire contextualisé et illustré / leesactiviteit; activité de lecture / Nederlands; néerlandais

  • Thème : bonbons, friandises, douceurs / Thema : snoepjes, lekkernijen, zoetigheden
  • Vocabulaire néerlandais / nederlandse woordenschat
  • Vocabulaire illustré en contexte / Geïllustreerde woordenschat in context
  • Activité de lecture / Leesactiviteit
---------------
 Leesactiviteit : DE SNOEP 
 Activité de lecture : LES BONBONS 
Klik op de afbeelding om die te vergroten!
Klik rechts op de afbeelding om die in een nieuw venster open te doen!
Cliquez sur l'illustration pour l'agrandir!
Cliquez droit sur l'illustration pour l'ouvrir dans une nouvelle fenêtre!

WOORDENSCHAT  /  VOCABULAIRE 

de snoep : les bonbons
het snoepje : le bonbon
de ulevel : l'ulevel [bonbon carré au sucre]
vierkant : carré
de suiker : le sucre
het plaatje : la plaquette
kleurig : coloré
het papiertje : le morceau de papier
het (Haagse) hopje : le caramel dur au café
het flikje : la pastille au chocolat, la pastille de chocolat
rond : rond
het chocolaatje : le chocolat, la bouchée de chocolat
het suikerboontje (< de suikerboon) : la dragée
de boterbrok : le boterbrok [le petit carré de gâteau au beurre]
het zuurtje : le bonbon acidulé
opzuigen : sucer
de gekonfijte vruchten = de confituren : les fruits confits
zwart : noir
het/de drop : la réglisse
het dropje : le bonbon à la réglisse, la pastille à la réglisse, le cachou
het pepermuntje = de pepermuntpastille : la pastille à la menthe
het rolletje pepermunt : le rouleau de bonbons à la menthe, le rouleau de pastilles à la menthe
de suikeramandel : l'amande pralinée, l'amande (grillée) au sucre
---------------
Doctissimo : document 'SNOEP : lekkernijen en zoetigheden (3)' / format JPEG
-
Pinterest : document 'SNOEP : lekkernijen en zoetigheden (3)' / jpeg-formaat
-
Document 'SNOEP : lekkernijen en zoetigheden (3)' / pdf-fomaat

jeudi 27 juin 2019

SNOEP : lekkernijen en zoetigheden (2) / geïllustreerde woordenschat in context; vocabulaire contextualisé et illustré / leesactiviteit; activité de lecture / Nederlands; néerlandais

  • Thème : bonbons, friandises, douceurs / Thema : snoepjes, lekkernijen, zoetigheden
  • Vocabulaire néerlandais / Nederlandse woordenschat
  • Vocabulaire contextualisé et illustré / Geïllustreerde woordenschat in context
  • Activité de lecture / Leesactiviteit
---------------
 Leesactiviteit : DE SNOEPJES 
 Activité de lecture : LES BONBONS 
Klik op de afbeelding om die te vergroten!
Klik rechts op de afbeelding om die in een nieuw venster open te doen!
Cliquez sur l'illustration pour l'agrandir!
Cliquez droit sur l'illustration pour l'ouvrir dans une nouvelle fenêtre!

WOORDENSCHAT  /  VOCABULAIRE 

de snoep : les bonbons
het snoepje : le bonbon
allerhande (= allerlei) : toutes sortes de
het suikergoed : les sucreries
de suikerbakker : le confiseur
de banketbakker : le pâtissier
de karamel : le caramel
vierkant : carré
zacht : doux
het blokje : le petit bloc, le petit cube
vaak (= dikwijls) : souvent
geribd : strié, pourvu de stries, recouvert de rainures
het vlak : la face, la surface
de toffee : le toffee, le caramel mou
de babbelaar [aux Pays-Bas] : la babelutte [sorte de caramel aromatisé au miel et à la cassonade]
de kust : la côte
bekend : connu
de babelutte [en Belgique] : la babelutte
het peperhuisje : le sachet pointu
puntig : pointu, en pointe
papieren : en papier, de papier
het zakje : le sachet
---------------
Doctissimo : document 'SNOEP : lekkernijen en zoetigheden (2)' / format JPEG
-
Pinterest : document 'SNOEP : lekkernijen en zoetigheden (2)' / jpeg-formaat
-
Document 'SNOEP : lekkernijen en zoetigheden (2)' / format PDF
https://drive.google.com/file/d/1zJ2aQWp8_poEIfLr8BEvHxxh4Ckr6XoC/view?usp=sharing

mardi 18 juin 2019

SNOEP : lekkernijen en zoetigheden (1) / geïllustreerde woordenschat in context; vocabulaire contextualisé et illustré / leesactiviteit; activité de lecture / Nederlands; néerlandais

  • Thème : le chocolat / Thema : de chocolade, de chocola
  • Vocabulaire néerlandais / Nederlandse woordenschat
  • Vocabulaire contextualisé et illustré / geïllustreerde woordenschat in context
  • Activité de lecture / Leesactiviteit
---------------
 Leesactiviteit : DE CHOCOLADE, DE CHOCOLA 
 Activité de lecture : LE CHOCOLAT 
Klik op de afbeelding om die te vergroten! / Klik rechts 
op de afbeelding om die in een nieuw venster open te doen!
Cliquez sur l'illustration pour l'agrandir! / Cliquez droit 
sur l'illustration pour l'ouvrir dans une nouvelle fenêtre!

WOORDENSCHAT / VOCABULAIRE 

de snoep : les bonbons
de lekkernij : la friandise, la gourmandise [souvent traduit au pluriel : les friandises, les gourmandises]
de zoetigheid : la sucrerie [souvent traduit au pluriel : les sucreries]
de reep chocola(de) : la barre de chocolat, le bâton de chocolat
de plak chocola(de) : la tablette de chocolat
het/de tablet chocola(de) : la tablette de chocolat
de zuivere chocola(de) : le chocolat pur
de melkchocola(de) : le chocolat au lait
de bittere chocola(de) : le chocolat amer
de witte chocola(de) : le chocolat blanc
de chocola(de) met nootjes : le chocolat aux noisettes
de gevulde chocola(de) : le chocolat fourré
de bonbon : la praline, la bouchée au chocolat, le chocolat
het omhulsel : l'enveloppe
de vulling : le remplissage, le fourrage (de gâteaux, de biscuits, de chocolats, ...)
het suikerwerk : les sucreries [toujours traduit au pluriel]
verschillende ... : différents ...
de smaak : le goût
de praline : la praline
---------------
Doctissimo : document 'SNOEP : lekkernijen en zoetigheden' / jpeg-formaat
-
Pinterest : document 'SNOEP : lekkernijen en zoetigheden' / format JPEG
-
Document 'SNOEP : lekkernijen en zoetigheden' / format PDF

jeudi 30 mai 2019

Verbes séparables; scheidbare werkwoorden / présent, indicatif présent; o.t.t. (onvoltooid tegenwoordige tijd), presens / exercice de grammaire; grammatica-oefening / néerlandais; Nederlands

  • Exercice de grammaire / grammatica-oefening
  • Grammaire (grammaire de base) / Grammatica, spraakkunst (basisgrammatica)
  • Verbes à particule séparable, verbes séparables / Scheidbare werkwoorden, scheidbare verba, separabele werkwoorden, separabele verba
  • Le présent, l'indicatif présent / De o.t.t. (onvoltooid tegenwoordige tijd), het presens
---------------
 EXERCICE DE GRAMMAIRE 
Verbes à particule séparable / présent, indicatif présent
 GRAMMATICA-OEFENING 
Scheidbare werkwoorden / o.t.t. (onvoltooid tegenwoordige tijd)

Construis des phrases à l'indicatif présent
Maak zinnen in de o.t.t. (onvoltooid tegenwoordige tijd)

Bijvoorbeeld :
Jullie (aankomen) om 6 uur.
Jullie komen om 6 uur aan.

01. De deuren (opengaan) nu.
..............................................................................
Woordenschat ➛ opengaan : s'ouvrir
02. Waarom (innemen) je mijn plaats ?
..............................................................................
03. We (terugfietsen) naar het dorp.
..............................................................................
Woordenschat het dorp : le village
04. Ik (uitgaan) morgen niet.
..............................................................................
05. De bar (openblijven) de hele dag.
..............................................................................
Woordenschat ➛ de hele dag : toute la journée
06. Hans (meegaan) met zijn vader.
..............................................................................
07. Wanneer (teruggeven) je me het boek ?
..............................................................................
08. Hoe laat (opstaan) je 's morgens ?
..............................................................................
09. U (invullen) nu het formulier.
..............................................................................
10. Jij (meekomen) ook !
..............................................................................
11. Waar (afslaan) ik ?
..............................................................................
Woordenschat  afslaan : tourner, bifurquer
12. We (weglopen) hard.
..............................................................................
Woordenschat  hard weglopen : partir en courant
13. Ze (opgaan) vlug de trap.
..............................................................................
Woordenschat ➛ de trap : l'escalier
14. Wij (ingaan) daar niet !
..............................................................................
Woordenschat ➛ ingaan : entrer
15. U (achteruitrijden) een beetje.
..............................................................................
Woordenschat  achteruitrijden : faire marche arrière
---------------
OPLOSSINGEN  /  SOLUTIONS 
01. De deuren gaan nu open.
02. Waarom neem je mijn plaats in ?
03. We fietsen naar het dorp terug.
04. Ik ga morgen niet uit.
05. De bar blijft de hele dag open.
06. Hans gaat met zijn vader mee.
07. Wanneer geef je me het boek terug ?
08. Hoe laat sta je 's morgens op ?
09. U vult nu het formulier in.
10. Jij komt ook mee !
11. Waar sla ik af ?
12. We lopen hard weg.
13. Ze gaat / gaan vlug de trap op.
14. Wij gaan daar niet in !
15. U rijdt een beetje achteruit.
---------------
Pinterest : scheidbare werkwoorden (separabele verba) / jpeg-formaat
Doctissimo : verbes séparables / format JPEG

jeudi 9 mai 2019

L'inversion; de inversie / ordre des mots; woordvolgorde / exercice de grammaire; grammatica-oefening / néerlandais; Nederlands

  • Construction  de la phrase : l'inversion / Zinsbouw, zinsconstructie : de inversie
  • Ordre des mots / Woordvolgorde
  • Grammaire de base / Basisgrammatica
  • Exercice grammatical / grammatica-oefening
---------------
 DE INVERSIE  L'INVERSION 

Verander de zinsbouw volgens het model : begin de zin met het onderstreepte woord.
Change la construction de la phrase selon le modèle : commence la phrase avec le mot souligné.

Ze heeft daar een mooi huis.
Daar heeft ze een mooi huis.

01. Hij gaat morgen met vakantie.
......................................................................................
02. Peter woont nu in Antwerpen.
......................................................................................
03. Je blijft zondag thuis.
......................................................................................
04. Ik wacht hier op de kinderen.
......................................................................................
05. Tom en Ina komen om 3 uur.
......................................................................................
06. Hij leest de krant in de tuin.
......................................................................................
07. Hij rijdt met de fiets naar het centrum van de stad.
......................................................................................
08. Hij luistert naar de radio op zijn kamer.
......................................................................................
09. We werken zaterdag in de tuin.
......................................................................................
10. Je gaat vaak naar het zwembad.
......................................................................................
11. Ze kan je misschien helpen.
......................................................................................
12. Ik wil dat niet doen !
......................................................................................
13. Wij drinken nog een kopje koffie op het terras.
......................................................................................
14. Zij staat om 6 uur 's morgens op.
......................................................................................
15. Er staat een politieagent op de hoek van de straat.
......................................................................................
---------------
SOLUTIONS  OPLOSSINGEN 
01. Morgen gaat hij met vakantie.
02. Nu woont Peter in Antwerpen.
03. Zondag blijf je thuis.
04. Hier wacht ik op de kinderen.
05. Om drie uur komen Tom en Ina.
06. In de tuin leest hij de krant.
07. Met de fiets rijdt hij naar het centrum van de stad.
08. Op zijn kamer luistert hij naar de radio.
09. Zaterdag werken we in de tuin.
10. Vaak ga je naar het zwembad.
11. Misschien kan ze je helpen.
12. Dat wil ik niet doen !
13. Op het terras drinken wij nog een kopje koffie.
14. Om 6 uur 's morgens staat zij op.
15. Op de hoek van de straat staat (er) een politieagent.
---------------
Doctissimo : oefening 'de inversie - l'inversion'  / format JPEG
Pinterest : oefening 'de inversie - l'inversion' / jpeg-formaat

mardi 30 avril 2019

Exercice; oefening / texte à compléter; invultekst : België en Nederland / compréhension à la lecture; leesvaardigheid / vocabulaire; woordenschat / grammaire; grammatica / néerlandais; Nederlands

  • Exercice lexical et grammatical / Woordenschat- en grammaticaoefening
  • Vocabulaire de base néerlandais / Basiswoordenschat Nederlands
  • Thème : pays, Belgique, Pays-Bas / Thema : landen, België, Nederland
  • Emploi du comparatif / Gebruik van de vergrotende trap; gebruik van de comparatief
  • Texte à compléter / Invultekst
Vaalserberg gezien vanuit het westen, Limburg, Nederland
 ---------------
 België en Nederland 

 Invultekst   Texte à compléter 

Vul de bijvoeglijke naamwoorden (adjectieven) en de bijwoorden (adverbia) in. Opgelet! Soms moet je een comparatief (vergrotende trap) gebruiken. / Complète avec les adjectifs et adverbes proposés. Attention ! Parfois, il faut utiliser un comparatif.
Vul ook de zelfstandige naamwoorden (substantieven) in. Opgelet ! Soms moet je een meervoud (pluralis) gebruiken. / Complète aussi avec les substantifs proposés. Attention ! Parfois, il faut utiliser un pluriel.

hoog - breed - breed [comparatief] - vaak, vaak [comparatief] - vlak - vlak [comparatief] - laag - laag [comparatief]

berg - land - land - België - rivier - Nederland - Nederland
Klik op de afbeelding om die te vergroten! / Of klik rechts op de afbeelding om die in een nieuw venster open te doen!
Cliquez sur l'illustration pour l'agrandir! / Ou cliquez droit sur l'illustration pour l'ouvrir dans une nouvelle fenêtre!
---------------
 Volledige tekst  texte complet 

Een groot deel van België is laag, maar Nederland is nog veel lager. In  Nederland is de Vaalserberg (een berg van ongeveer 322 meter) al heel hoog. De rivieren zijn daar breed, veel breder dan in ons land. Het hele land is vlak, veel vlakker dan andere landen. Het regent er vaak, nog vaker dan bij ons.
---------------
Doctissimo : document 'België en Nederland' / format JPEG
Document 'België en Nederland' / pdf-formaat

mardi 2 avril 2019

Exercice de vocabulaire; woordenschatoefening / tekst; texte : 'Meertaligheid' / compréhension à la lecture; leesvaardigheid / néerlandais; Nederlands

  • Exercice lexical contextualisé / Woordenschatoefening in context
  • Vocabulaire de base néerlandais / Basiswoordenschat Nederlands
  • Thème : langues étrangères / Thema : vreemde talen
  • Texte à compléter / Invultekst
---------------
 OEFENING  EXERCICE 
Vul de ontbrekende woorden in / Complète les mots manquants
Klik op de afbeelding om die te vergroten!
Klik rechts op de afbeelding om die in een nieuw venster open te doen!
Cliquez sur l'illustration pour l'agrandir!
Cliquez droit sur l'illustration pour l'ouvrir dans une nouvelle fenêtre!
---------------
 OPLOSSINGEN : volledige tekst  /  SOLUTIONS : texte complet 

Er zijn heel veel verschillende talen, maar geen taal staat boven de andere. De oude talen zijn niet beter dan de levende. Het Italiaans is niet mooier dan het Duits. Elk kind, hier of in Azië of aan de andere kant van de wereld, leert duizenden woorden in zijn eigen taal en vindt zoiets niet moeilijk. De mensen reizen nu veel, in treinen, bussen en auto's, in schepen over alle zeeën; ze vliegen door de lucht in vliegtuigen; ze surfen op het internet. Daarom moeten we een paar vreemde talen leren : zo bouwen we bruggen tussen de volken.
---------------
Document : 'Meertaligheid' / pdf-formaat
Doctissimo : Document 'Meertaligheid' / format JPEG
Pinterest : Document 'Meertaligheid' / jpeg-formaat