mardi 24 septembre 2019

Négation; ontkenning, negatie : NIET, GEEN / exercices; oefeningen / grammaire; spraakkunst, grammatica / néerlandais; Nederlands

  • Exercice grammatical / Grammatica-oefening
  • Grammaire / Spraakkunst, grammatica
  • Négation : NIET, GEEN / Ontkenning, negatie : NIET, GEEN
  • Affirmations vraies ou fausses / Juiste of onjuiste beweringen
  • Dessins; illustrations / Tekeningen; afbeeldingen, illustraties
---------------
 EXERCICE GRAMMATICAL : NIET, GEEN 
 GRAMMATICA-OEFENING : NIET, GEEN 

Observe les dessins et lis les phrases de commentaire.
Écris-les à la forme affirmative ou négative suivant qu'elles sont vraies ou fausses.
Bekijk de tekeningen en lees de commentaarzinnetjes.
Schrijf ze in de affirmatieve of negatieve vorm naargelang ze juist of onjuist zijn.

Commentaar / Commentaire
Het is 9 uur.
Het is pas 8.30 uur.
An kijkt naar de tv.
Ze speelt met haar zus.

Correcte antwoorden / Réponses correctes
Het is nog geen 9 uur.
Het is pas 8.30 uur.
An kijkt niet naar de tv.
Ze speelt met haar zus.
********
Commentaar / Commentaire
1. Piet ligt in bed.
2. Hij slaapt
3. Vandaag gaat hij naar school :
4. hij is ziek
5. maar het is zondag.
6. Er is een muis in zijn kamer.
7. Hij ziet ze.
********
Commentaar / Commentaire
8. Het is halfzes.
9. Het is kwart over vijf.
10. De klok van Karel is modern.
********
Commentaar / Commentaire
11. Kees speelt met zijn zus :
12. hij is kwaad op haar
13. maar hij kijkt liever naar de tv.
14. Hij kijkt naar een zanger
15. maar hij kent hem.
********
 Commentaar / Commentaire
16. De bus is te laat.
17. Het is pas vijf over acht,
18. en de bus komt om tien over acht.
19. Maar de tram is op tijd :
20. die moet om vier voor acht vertrekken
21. en het is al vijf over acht.
22. De heer links heeft een krant.
23. De heer rechts heeft er een.
********
Commentaar / Commentaire
24. Het is 8 uur.
25. De bus staat aan de halte.
26. Het is nog te vroeg.
27. Er is er een om 8 uur en om 10 uur,
28. maar er is er een om 9 uur.
********
OPLOSSINGEN  SOLUTIONS 
1. Piet ligt in bed.
2. Hij slaap niet.
3. Vandaag gaat hij niet naar school :
4. hij is ziek
5. maar het is zondag.
6. Er is een muis in zijn kamer.
7. Hij ziet ze niet.
********
8. Het is nog geen halfzes.
9. Het is geen kwart over vijf.
10. De klok van Karel is niet modern.
********
11. Kees speelt niet met zijn zus :
12. hij is niet kwaad op haar
13. maar hij kijkt liever naar de tv.
14. Hij kijkt naar een zanger
15. maar hij kent hem niet.
********
16. De bus is niet te laat.
17. Het is pas vijf over acht,
18. maar de bus komt om tien over acht.
19. Maar de tram is niet op tijd :
20. die moet niet om vier voor acht vertrekken
21. en het is al vijf over acht.
22. De heer links heeft een krant.
23. De heer rechts heeft er geen.
********
24. Het is nog geen 8 uur.
25. De bus staat niet aan de halte.
26. Het is nog te vroeg.
27. Er is er een om 8 uur en om 10 uur
28. maar er is er geen om 9 uur. 
---------------
Doctissimo : document 'De ontkenning (de negatie) / La négation' / jpeg-formaat
Pinterest : document 'De ontkenning (de negatie) / La négation'/ format JPEG

mardi 10 septembre 2019

L'inversion; de inversie / ordre des mots; woordvolgorde / exercice de grammaire; grammatica-oefening / néerlandais; Nederlands

  • Construction de la phrase : l'inversion / Zinsbouw, zinsconstructie : de inversie
  • Ordre des mots / woordvolgorde
  • Grammaire de base / Basisgrammatica
  • Exercice de grammaire / grammaticale oefening, grammaticaoefening
---------------
 Oefening : DE INVERSIE   /  Exercice : L'INVERSION 

Commence les phrases suivantes par les mots en italique.
Begin de volgende zinnen met de cursief gedrukte woorden.

01. Je krijgt lekker eten in dat hotel.
...........................................................................
02. Jan is misschien ouder dan mijn zus.
...........................................................................
03. Hij houdt helemaal niet van vis.
...........................................................................
04. We krijgen koud vlees vandaag.
...........................................................................
05. Onze vriend neemt de bus om half drie.
...........................................................................
06. Ik hou helemaal niet van die kaas.
...........................................................................
07. Klaas moet vanmiddag naar de stad gaan.
...........................................................................
08. Je woont nu alleen.
........................................................................... 
09. Ik ben jarig op 8 juni.
...........................................................................
10. Mijn broer speelt met de hond in de tuin.
............................................................................
11. We blijven de hele avond bij onze oude vriend Bokma.
............................................................................
12. Hij gaat morgen met zijn broer naar Antwerpen.
............................................................................
13. We kunnen elkaar vanavond niet zien.
............................................................................
14. Ze vieren zondag de verjaardag van hun grootvader.
............................................................................
15. Je kunt de hele dag aan verschillende sportactiviteiten meedoen.
............................................................................
woordenschat ➛ verschillende ... : différent(e)s ... / meedoen (aan) : participer (à)
---------------

SOLUTIONS  OPLOSSINGEN 
01. In dat hotel krijg je lekker eten.
02. Misschien is Jan ouder dan mijn zus.
03. Van vis houdt hij helemaal niet.
04. Vandaag krijgen we koud vlees.
05. Om half drie neemt onze vriend de bus.
06. Van die kaas hou ik helemaal niet.
07. Vanmiddag moet Klaas naar de stad gaan.
08. Nu woon je alleen.
09. Op 8 juni ben ik jarig.
10. In de tuin speelt mijn broer met de hond.
11. De hele avond blijven we bij onze oude vriend Bokma.
12. Met zijn broer gaat hij morgen naar Antwerpen.
13. Vanavond kunnen we elkaar nier zien.
14. Zondag vieren ze de verjaardag van hun grootvader.
15. De hele dag kun je aan verschillende sportactiviteiten meedoen.
---------------
Doctissimo : document 'Oefening : de inversie / Exercice : l'inversion' / format JPEG
http://club.doctissimo.fr/profnlds/grammatica-oefeningen-nederlands-807825/photo/inversie-inversion-construction-28253203.html
Pinterest : document 'Oefening : de inversie / Exercice : l'inversion' / jpeg-formaat
https://www.pinterest.fr/pin/319051954853375091/

mardi 3 septembre 2019

Boodschap in een fles (tekst); Bouteille à la mer (texte) / combineeroefening; exercice d'appariement / compréhension à la lecture; leesvaardigheid / woordenschat; vocabulaire / Nederlands; néerlandais

  • Activité de lecture, compréhension à la lecture / Leesactiviteit, leesvaardigheid
  • Exercice d'appariement, exercice d'associations / Combineeeroefening, matchingoefening, associatieoefening
  • Thème : mer, vacances / Thema : zee, vakantie
  • Dessins et texte / Tekeningen en tekst
---------------
 Leesactiviteit : BOODSCHAP IN EEN FLES 
 Activité de lecture : BOUTEILLE A LA MER 
Klik op de afbeelding om die te vergroten!
Klik rechts op de afbeelding om die in een nieuw venster open te doen!
Cliquez sur l'illustration pour l'agrandir!
Cliquez droit sur l'illustration pour l'ouvrir dans une nouvelle fenêtre!
---------------
Verbind elke paragraaf van de tekst met de passende tekening.
Associe chaque paragraphe du texte avec le dessin correspondant.

a) Hij doet de fles open en begint de boodschap te lezen. Hij vindt het leuk dat het Nederlandse tekstje in het Frans en in het Engels vertaald is.

b) Een Nederlandse jongen die een cruise maakt aan boord van de Equinox, schrijft de volgende boodschap : rustige zee, prachtig weer, richting Griekenland, leuke sfeer op de boot, nog zes dagen vakantie, woonplaats Venlo (Nederland). Hij schrijft ook zijn tekstje in het Frans en in het Engels. En hij vergeet niet om zijn e-mailadres erbij te zetten.

c) Een paar weken later vindt een jongen de fles op het strand van Vielle-Saint-Girons (Frankrijk) waar hij zijn vakantie met zijn ouders doorbrengt. Eigenlijk woont hij in de Belgische stad Bergen. Hij ziet het briefje in de fles en wou graag weten wat erin geschreven staat.

d) Hij gaat naar huis terug en besluit om op de boodschap te antwoorden. In zijn briefje stelt hij zich voor : hij is vijftien jaar oud, leert graag vreemde talen en interesseert zich voor aardrijkskunde. Hij vertelt ook dat hij op school Nederlands leert en dat hij graag een penvriend zou willen hebben. Hij vraagt hem of het mogelijk is met hem of iemand van zijn familie in het Nederlands te corresponderen. Natuurlijk vergeet hij ook niet om zijn e-mailadres erbij te zetten.

e) Hij stopt het briefje in een fles, die hij een paar seconden later in de zee gooit. Hij is erg benieuwd waar die zal aanspoelen.

f) Nu ziet hij de fles op het water drijven ...
---------------

OPLOSSINGEN  SOLUTIONS 
1 b / 2 e / 3 f / 4 c / 5 a / 6 d
---------------
Doctissimo : leesactiviteit 'BOODSCHAP IN EEN FLES' / jpeg-formaat
Pinterest : activité de lecture 'BOODSCHAP IN EEN FLES' / format JPEG
Activité de lecture 'BOODSCHAP IN EEN FLES' / format PDF

lundi 15 juillet 2019

Onvoltooid tegenwoordig toekomende tijd [= o.t.t.t.], futurum (simplex) ; futur simple / grammaire; spraakkunst, grammatica / néerlandais; Nederlands

  • Le futur simple  / De onvoltooid tegenwoordig toekomende tijd [= de o.t.t.t.], het futurum (simplex), de toekomende tijd, de toekomst
  • Variantes non officielles : ottt, O.T.T.T., OTTT, O.Tk.T., OTkT / Niet-officiële varianten : ottt, O.T.T.T., OTTT, O.Tk.T., OTkT
  • Emploi de 'zal/zullen + infinitif' / Gebruik van 'zal/zullen + infinitief'
  • Grammaire néerlandaise / Nederlandse grammatica, Nederlandse spraakkunst
---------------
 Onvoltooid tegenwoordig toekomende tijd [= o.t.t.t.], futurum (simplex) 
OVERZICHTSTABEL
 Futur simple (en néerlandais) 
TABLEAU RECAPITULATIF
Klik op de afbeelding om die te vergroten!
Klik rechts op de afbeelding om die in een nieuw venster open te doen!
Cliquez sur l'illustration pour l'agrandir!
Cliquez droit sur l'illustration pour l'ouvrir dans une nouvelle fenêtre!
---------------
Diaspora / Plusporadocument 'Onvoltooid tegenwoordig toekomende tijd [= o.t.t.t.],
futurum' jpeg-formaat
Doctissimo : document 'Onvoltooid tegenwoordig toekomende tijd [= o.t.t.t.], futurum' / 
format JPEG
Pinterest : document 'Onvoltooid tegenwoordig toekomende tijd [= o.t.t.t.], futurum' / 
jpeg-formaat
---------------
SOURCES  /  BRONNEN 

Taaladvies : 

Taaltelefoon : 

VRT Taal :

Van Dale :

Genootschap Onze Taal :

lundi 1 juillet 2019

SNOEP : lekkernijen en zoetigheden (3) / geïllustreerde woordenschat in context; vocabulaire contextualisé et illustré / leesactiviteit; activité de lecture / Nederlands; néerlandais

  • Thème : bonbons, friandises, douceurs / Thema : snoepjes, lekkernijen, zoetigheden
  • Vocabulaire néerlandais / nederlandse woordenschat
  • Vocabulaire illustré en contexte / Geïllustreerde woordenschat in context
  • Activité de lecture / Leesactiviteit
---------------
 Leesactiviteit : DE SNOEP 
 Activité de lecture : LES BONBONS 
Klik op de afbeelding om die te vergroten!
Klik rechts op de afbeelding om die in een nieuw venster open te doen!
Cliquez sur l'illustration pour l'agrandir!
Cliquez droit sur l'illustration pour l'ouvrir dans une nouvelle fenêtre!

WOORDENSCHAT  /  VOCABULAIRE 

de snoep : les bonbons
het snoepje : le bonbon
de ulevel : l'ulevel [bonbon carré au sucre]
vierkant : carré
de suiker : le sucre
het plaatje : la plaquette
kleurig : coloré
het papiertje : le morceau de papier
het (Haagse) hopje : le caramel dur au café
het flikje : la pastille au chocolat, la pastille de chocolat
rond : rond
het chocolaatje : le chocolat, la bouchée de chocolat
het suikerboontje (< de suikerboon) : la dragée
de boterbrok : le boterbrok [le petit carré de gâteau au beurre]
het zuurtje : le bonbon acidulé
opzuigen : sucer
de gekonfijte vruchten = de confituren : les fruits confits
zwart : noir
het/de drop : la réglisse
het dropje : le bonbon à la réglisse, la pastille à la réglisse, le cachou
het pepermuntje = de pepermuntpastille : la pastille à la menthe
het rolletje pepermunt : le rouleau de bonbons à la menthe, le rouleau de pastilles à la menthe
de suikeramandel : l'amande pralinée, l'amande (grillée) au sucre
---------------
Doctissimo : document 'SNOEP : lekkernijen en zoetigheden (3)' / format JPEG
-
Pinterest : document 'SNOEP : lekkernijen en zoetigheden (3)' / jpeg-formaat
-
Document 'SNOEP : lekkernijen en zoetigheden (3)' / pdf-fomaat

jeudi 27 juin 2019

SNOEP : lekkernijen en zoetigheden (2) / geïllustreerde woordenschat in context; vocabulaire contextualisé et illustré / leesactiviteit; activité de lecture / Nederlands; néerlandais

  • Thème : bonbons, friandises, douceurs / Thema : snoepjes, lekkernijen, zoetigheden
  • Vocabulaire néerlandais / Nederlandse woordenschat
  • Vocabulaire contextualisé et illustré / Geïllustreerde woordenschat in context
  • Activité de lecture / Leesactiviteit
---------------
 Leesactiviteit : DE SNOEPJES 
 Activité de lecture : LES BONBONS 
Klik op de afbeelding om die te vergroten!
Klik rechts op de afbeelding om die in een nieuw venster open te doen!
Cliquez sur l'illustration pour l'agrandir!
Cliquez droit sur l'illustration pour l'ouvrir dans une nouvelle fenêtre!

WOORDENSCHAT  /  VOCABULAIRE 

de snoep : les bonbons
het snoepje : le bonbon
allerhande (= allerlei) : toutes sortes de
het suikergoed : les sucreries
de suikerbakker : le confiseur
de banketbakker : le pâtissier
de karamel : le caramel
vierkant : carré
zacht : doux
het blokje : le petit bloc, le petit cube
vaak (= dikwijls) : souvent
geribd : strié, pourvu de stries, recouvert de rainures
het vlak : la face, la surface
de toffee : le toffee, le caramel mou
de babbelaar [aux Pays-Bas] : la babelutte [sorte de caramel aromatisé au miel et à la cassonade]
de kust : la côte
bekend : connu
de babelutte [en Belgique] : la babelutte
het peperhuisje : le sachet pointu
puntig : pointu, en pointe
papieren : en papier, de papier
het zakje : le sachet
---------------
Doctissimo : document 'SNOEP : lekkernijen en zoetigheden (2)' / format JPEG
-
Pinterest : document 'SNOEP : lekkernijen en zoetigheden (2)' / jpeg-formaat
-
Diaspora / Pluspora : document 'SNOEP : lekkernijen en zoetigheden (2)' / jpeg-formaat / 
meertalige vertaling
https://pluspora.com/posts/2591090
Document 'SNOEP : lekkernijen en zoetigheden (2)' / format PDF
https://drive.google.com/file/d/1zJ2aQWp8_poEIfLr8BEvHxxh4Ckr6XoC/view?usp=sharing

mardi 18 juin 2019

SNOEP : lekkernijen en zoetigheden (1) / geïllustreerde woordenschat in context; vocabulaire contextualisé et illustré / leesactiviteit; activité de lecture / Nederlands; néerlandais

  • Thème : le chocolat / Thema : de chocolade, de chocola
  • Vocabulaire néerlandais / Nederlandse woordenschat
  • Vocabulaire contextualisé et illustré / geïllustreerde woordenschat in context
  • Activité de lecture / Leesactiviteit
---------------
 Leesactiviteit : DE CHOCOLADE, DE CHOCOLA 
 Activité de lecture : LE CHOCOLAT 
Klik op de afbeelding om die te vergroten! / Klik rechts 
op de afbeelding om die in een nieuw venster open te doen!
Cliquez sur l'illustration pour l'agrandir! / Cliquez droit 
sur l'illustration pour l'ouvrir dans une nouvelle fenêtre!

WOORDENSCHAT / VOCABULAIRE 

de snoep : les bonbons
de lekkernij : la friandise, la gourmandise [souvent traduit au pluriel : les friandises, les gourmandises]
de zoetigheid : la sucrerie [souvent traduit au pluriel : les sucreries]
de reep chocola(de) : la barre de chocolat, le bâton de chocolat
de plak chocola(de) : la tablette de chocolat
het/de tablet chocola(de) : la tablette de chocolat
de zuivere chocola(de) : le chocolat pur
de melkchocola(de) : le chocolat au lait
de bittere chocola(de) : le chocolat amer
de witte chocola(de) : le chocolat blanc
de chocola(de) met nootjes : le chocolat aux noisettes
de gevulde chocola(de) : le chocolat fourré
de bonbon : la praline, la bouchée au chocolat, le chocolat
het omhulsel : l'enveloppe
de vulling : le remplissage, le fourrage (de gâteaux, de biscuits, de chocolats, ...)
het suikerwerk : les sucreries [toujours traduit au pluriel]
verschillende ... : différents ...
de smaak : le goût
de praline : la praline
---------------
Doctissimo : document 'SNOEP : lekkernijen en zoetigheden' / jpeg-formaat
Pinterest : document 'SNOEP : lekkernijen en zoetigheden' / format JPEG
-
Diaspora / Pluspora : document 'SNOEP : lekkernijen en zoetigheden' 
(vertaling van de woordenschat in het Engels, Frans, Duits en Italiaans)
 https://pluspora.com/posts/2013994
Document 'SNOEP : lekkernijen en zoetigheden' / format PDF

jeudi 30 mai 2019

Verbes séparables; scheidbare werkwoorden / présent, indicatif présent; o.t.t. (onvoltooid tegenwoordige tijd), presens / exercice de grammaire; grammatica-oefening / néerlandais; Nederlands

  • Exercice de grammaire / grammatica-oefening
  • Grammaire (grammaire de base) / Grammatica, spraakkunst (basisgrammatica)
  • Verbes à particule séparable, verbes séparables / Scheidbare werkwoorden, scheidbare verba, separabele werkwoorden, separabele verba
  • Le présent, l'indicatif présent / De o.t.t. (onvoltooid tegenwoordige tijd), het presens
---------------
 EXERCICE DE GRAMMAIRE 
Verbes à particule séparable / présent, indicatif présent
 GRAMMATICA-OEFENING 
Scheidbare werkwoorden / o.t.t. (onvoltooid tegenwoordige tijd)

Construis des phrases à l'indicatif présent
Maak zinnen in de o.t.t. (onvoltooid tegenwoordige tijd)

Bijvoorbeeld :
Jullie (aankomen) om 6 uur.
Jullie komen om 6 uur aan.

01. De deuren (opengaan) nu.
..............................................................................
Woordenschat ➛ opengaan : s'ouvrir
02. Waarom (innemen) je mijn plaats ?
..............................................................................
03. We (terugfietsen) naar het dorp.
..............................................................................
Woordenschat het dorp : le village
04. Ik (uitgaan) morgen niet.
..............................................................................
05. De bar (openblijven) de hele dag.
..............................................................................
Woordenschat ➛ de hele dag : toute la journée
06. Hans (meegaan) met zijn vader.
..............................................................................
07. Wanneer (teruggeven) je me het boek ?
..............................................................................
08. Hoe laat (opstaan) je 's morgens ?
..............................................................................
09. U (invullen) nu het formulier.
..............................................................................
10. Jij (meekomen) ook !
..............................................................................
11. Waar (afslaan) ik ?
..............................................................................
Woordenschat  afslaan : tourner, bifurquer
12. We (weglopen) hard.
..............................................................................
Woordenschat  hard weglopen : partir en courant
13. Ze (opgaan) vlug de trap.
..............................................................................
Woordenschat ➛ de trap : l'escalier
14. Wij (ingaan) daar niet !
..............................................................................
Woordenschat ➛ ingaan : entrer
15. U (achteruitrijden) een beetje.
..............................................................................
Woordenschat  achteruitrijden : faire marche arrière
---------------
OPLOSSINGEN  /  SOLUTIONS 
01. De deuren gaan nu open.
02. Waarom neem je mijn plaats in ?
03. We fietsen naar het dorp terug.
04. Ik ga morgen niet uit.
05. De bar blijft de hele dag open.
06. Hans gaat met zijn vader mee.
07. Wanneer geef je me het boek terug ?
08. Hoe laat sta je 's morgens op ?
09. U vult nu het formulier in.
10. Jij komt ook mee !
11. Waar sla ik af ?
12. We lopen hard weg.
13. Ze gaat / gaan vlug de trap op.
14. Wij gaan daar niet in !
15. U rijdt een beetje achteruit.
---------------
Pinterest : scheidbare werkwoorden (separabele verba) / jpeg-formaat
Doctissimo : verbes séparables / format JPEG