mercredi 12 décembre 2018

Woordenschat; vocabulaire : Kerstmis, kerst; Noël / Nederlands; néerlandais

  • Thème : Noël, fête de Noël, réveillon de Noël / Thema : Kerstmis, kerst, kerstfeest, kerstavond
  • Vocabulaire néerlandais / Nederlandse woordenschat
  • Dessin, illustration / Tekening, afbeelding
---------------
 KERSTMIS  NOËL 
Klik op de afbeeldingen om die te vergroten! / Klik rechts 
op de afbeeldingen om die in een nieuw venster open te doen!
Cliquez sur les illustrations pour l'agrandir! / Cliquez droit 
sur les illustrations pour les ouvrir dans une nouvelle fenêtre!
---------------
 Franse vertaling  /  Traduction française 

1. de kerstman : le Père Noël
2. het/de klimop : le lierre
3. de rugkorf : la hotte
4. de kerstkaart : la carte (de voeux) de Noël
5. de kerstslinger : la guirlande de Noël
6. de kerststal : la crèche (de Noël)
7. de kerstbal : la boule de Noël
8. het speelgoed : les jouets (het stuk speelgoed : le jouet)
9. de kaars : la bougie
10. de kerstboom : le sapin de Noël, l'arbre de Noël
11. de pop : la poupée
12. het gekonfijte fruit (= de gekonfijte vruchten) : les fruits confits
13. de kerstkalkoen : la dinde de Noël
14. de boomstam : la bûche (de Noël)
15. de hulst : le houx
16. de paddestoel : le champignon
17. Ze dansen : Ils dansent
18. Ze zingen een kerstliedje : Ils chantent une chanson de Noël
19. Hij geeft een cadeautje aan zijn zus / Hij geeft zijn zus een cadeautje : Il donne un cadeau à sa soeur.
20. Hij brengt een bezoek aan zijn oma / Hij brengt zijn oma een bezoek : Il rend visite à sa grand-mère
21. Ze geeft een kusje aan haar moeder / Ze geeft haar moeder een kusje : Elle donne un bisou à sa mère.
22. Ze hangen kerstsokken/kerstkousen (op) : elles (sus)pendent des chaussettes de Noël.
23. Hij geeft een fooi aan de postbode / Hij geeft de postbode een fooi : Il donne un pourboire au facteur
Doctissimo : illustration 'KERSTMIS' - format JPEG
-
Pinterest : afbeelding 'KERSTMIS' - jpeg-formaat
-

vendredi 7 décembre 2018

Jeu; spelletje : ZOEKROOSTER / Saint Nicolas; Sinterklaas, Sint Nicolaas / vocabulaire; woordenschat / exercice; oefening / néerlandais; Nederlands

  • Activité ludique / Spelactiviteit, ludieke activiteit
  • Jeu / Spelletje
  • Grille de lettres, jeu de lettres / Zoekrooster, letterrooster
  • Thème : saint Nicolas, fête de (la) Saint-Nicolas / Thema : Sinterklaas, Sint Nicolaas, de goede Sint, goedheiligman, Sinterklaasfeest
---------------
 ZOEKROOSTER 

In dit letterrooster moet je de gegeven woorden vinden door een lijn te trekken van letter naar letter, in de juiste volgorde, tot je het volledige woord hebt gespeld. Je mag elke richting uit. De volgende letter moet steeds aan de voorgaande grenzen. Elk vakje mag je slechts éénmaal gebruiken. Vind jij in het rooster de volgende verborgen woorden?

SINTERKLAAS, PIET, SNOEPGOED, KOEKJES, CHOCOLADE, SPEELGOED, STAF, MIJTER en BAARD.
 Vocabulaire  /  Woordenschat 

Sinterklaas = Sint Nicolaas, de goede Sint, de goedheiligman : saint Nicolas
Piet = Schoorsteenpiet, Roetveegpiet, Roetpiet
het snoepgoed = de snoepjes : les bonbons, les friandises, les sucreries
het koekje : le biscuit, le gâteau
het chocolade : le chocolat
het speelgoed : les jouets
de staf : la crosse de saint Nicolas
de mijter : la mitre
de baard : la barbe
---------------
 SOLUTIONS  OPLOSSINGEN 
Doctissimo : document 'zoekrooster' en format JPEG
-
Pinterest : document 'zoekrooster' in jpeg-formaat
-

lundi 3 décembre 2018

QUIZ : Brief aan Sinterklaas / jeu; spelletje / Saint Nicolas; Sinterklaas; Sint Nicolaas / exercice d'observation; observatieoefening / néerlandais; Nederlands

  • Activité ludique / spelactivteit, ludieke activiteit
  • Jeu / Spelletje
  • Thème : Saint Nicolas, fête de (la) Saint-Nicolas / Thema : Sinterklaas, Sint Nicolaas, de goede Sint, Sinterklaasfeest
  • Exercice d'observation / Observatieoefening
---------------
 Jeu  Spelletje 

Geef nu het bepaald lidwoord (artikel) van de volgende woorden : DE? HET
Donne maintenant l'article défini des mots suivants : DE? HET?

........  speelgoed
........  vulpen
........  sportwagen
........  locomotief
........  slee
........  verrekijker
........  wieg
........  pop
........  snoep

SOLUTIONS  OPLOSSINGEN 

twee vulpennnen : oké
twee sportwagens : nee, niet correct; een sportwagen en een normale wagen 
een nieuwe locomotief : oké
een slee : oké
een verrekijker : oké
een wiegje : oké
snoep : oké

het speelgoed
de vulpen
de sportwagen
de locomotief
de slee
de verrekijker
de wieg
de snoep

---------------
Doctissimo : document 'Brief aan Sinterklaas' / jpeg-formaat
Pinterest : document 'Brief aan Sinterklaas' / format JPEG

vendredi 30 novembre 2018

Compréhension à la lecture; leesvaardigheid : 'Waarom mama?' / Saint Nicolas; Sinterklaas, Sint Nicolaas / exercice; oefening / néerlandais; Nederlands

  • Activité de lecture, compréhension à la lecture / Leesactiviteit, leesvaardigheid
  • Dialogue, conversation / Gesprek, dialoog, conversatie
  • Thème : Saint Nicolas, fête de (la) Saint-Nicolas / Thema : Sinterklaas, Sint Nicolaas, de goede Sint, Sinterklaasfeest
  • Exercice : mettre les phrases dans le bon ordre / Oefening : de zinnetjes in de goede volgorde plaaten
Oude ansichtkaart
---------------

 Leesactiviteit   /  Activité de lecture 

 Waarom mama? 

Lees het gesprek. Zet de zinnetjes in de juiste volgorde.
Lis le dialogue. Mets les phrases dans le bon ordre.

Moeder : Kom Jantje ! We moeten opschieten.
Jan : Waarom mama ?
Moeder : Wil je Sinterklaas niet zien ?
Jan : Natuurlijk wil ik hem zien. (1) .................................................................
Moeder : Die kun je toch overal zien, (2) ................................................................
Jan : Waarom niet ?
Moeder : (3) ................................................................
Jan : Heeft hij dan geen geld genoeg ? Voor alle kinderen ?
Moeder : Toch wel, (4) ................................................................
Jan : Waarom ? Is er dan niemand die hem helpt ?
Moeder : (5) ................................................................
Jan : Kijk ! Daar is Sinterklaas. (6) ................................................................
Moeder : Omdat hij heel oud is.
Jan : Is hij dan al zo oud ? (7) ................................................................
Moeder : Ja. Bij ons kwam hij ieder jaar.
Jan : Komt hij dan niet bij iedereen ?
Moeder : Nee, Jantje.
Jan : Waarom niet ?
Moeder : (8) ................................................................
Jan : Maar bij mij zal hij toch komen, hè ma ?  (9) .........................................................
Moeder : Vind je dat ? Gisteren heb je nog ruzie gemaakt met je zusje.
Jan : (10) ................................................................

Zinnetjes / Phrases

(a) Waarom heeft hij zo'n lange baard ?
(b) Dat was ook haar schuld. Dan krijgt zij ook niets.
(c) en je kunt toch niet alles vragen.
(d) De Sint komt niet bij stoute kindjes !
(e) maar hij kan niet alles brengen.
(f) Ik ben toch nooit stout.
(g) Het is duur.
(h) Maar ik heb hier nog niet alles gezien. Kijk eens ! Wat leuk ! Elektrische treinen.
(i) Is hij ook gekomen toen jij klein was ?
(j) Schoorsteenpiet helpt hem een handje.
---------------
Oplossingen  Solutions 
Moeder : Kom Jantje ! We moeten opschieten.
Jan : Waarom mama ?
Moeder : Wil je Sinterklaas niet zien ?
Jan : Natuurlijk wil ik hem zien. (1h) Maar ik heb hier nog niet alles gezien. Kijk eens! Wat leuk! Elektrische treinen.
Moeder : Die kun je toch overal zien, (2c) en je kunt toch niet alles vragen.
Jan : Waarom niet ?
Moeder : (3g) Het is duur.
Jan : Heeft hij dan geen geld genoeg ? Voor alle kinderen ?
Moeder : Toch wel, (4e) maar hij kan niet alles brengen.
Jan : Waarom ? Is er dan niemand die hem helpt ?
Moeder : (5j) Schoorsteenpiet helpt hem een handje.
Jan : Kijk ! Daar is Sinterklaas. (6a) Waarom heeft hij zo'n lange baard ?
Moeder : Omdat hij heel oud is.
Jan : Is hij dan al zo oud ? (7i) Is hij ook gekomen toen jij klein was ?
Moeder : Ja. Bij ons kwam hij ieder jaar.
Jan : Komt hij dan niet bij iedereen ?
Moeder : Nee, Jantje.
Jan : Waarom niet ?
Moeder : (8d) De Sint komt niet bij stoute kindjes !
Jan : Maar bij mij zal hij toch komen, hè ma ? (9f) Ik ben toch nooit stout.
Moeder : Vind je dat ? Gisteren heb je nog ruzie gemaakt met je zusje.
Jan : (10b) Dat was ook haar schuld. Dan krijgt zij ook niets.
Doctissimo : Leesactiviteit 'Waarom mama?' - format JPEG
Pinterest : Activité de lecture 'Waarom mama?' - format JPEG
Document 'Waarom mama?' en format PDF

mercredi 28 novembre 2018

Exercice de grammaire; grammatica-oefening : l'adjectif possessif; het bezittelijk voornaamwoord (het possessief pronomen) : niet-zelfstandige vormen / néerlandais; Nederlands

  • Emploi des adjectifs possessifs / Gebruik van de bezittelijke voornaamwoorden (possessieve pronomina) : bijvoeglijke vormen, niet-zelfstandige vormen
  • Grammaire néerlandaise : exercice / Nederlandse grammatica, Nederlandse spraakkunst : oefening
--------------
Prinsengracht in Amsterdam, Elena Polyakova
---------------

OEFENING / EXERCICE
De bezittelijke voornaamwoorden (possessieve pronomina) : 
 bijvoeglijke vormen (niet-zelfstandige vormen) 

 Les adjectifs possessifs 

Vervoeg volgens de voorgestelde onderwerpsvorm (subjectsvorm).
Conjuguez selon le pronom sujet proposé.

01. Ik heb mijn boek verloren.
      Ze ..............................................................
Woordenschat ➛ verliezen (verloor, verloren, verloren) : perdre
02. Ik hou veel van mijn hond.
      U ...............................................................
Woordenschat ➛ houden van : aimer
03. Ik heb mijn vriend ontmoet.
      We .............................................................
Woordenschat ➛ ontmoeten : rencontrer
04. Ik heb mijn handen gewassen.
      Hij ..............................................................
Woordenschat ➛ wassen (waste, wasten, gewassen) : laver
05. Ik ben aan mijn derde boterham begonnen.
      Je ...............................................................
06. Ik vier morgen mijn verjaardag.
      Je ...............................................................
07. Ik wil mijn huis niet verkopen.
      Ze ...............................................................
08. Ik ben trots op mijn nieuwe auto.
      Hij ....................................................................
Woordenschat ➛ trots op : fier de
09. Ik moet mijn fiets laten repareren.
      Ze ...............................................................
Woordenschat ➛ laten + infinitief : faire + infinitif
10. Ik pak mijn koffers in.
     We ..............................................................
Woordenschat ➛ zijn koffers inpakken : faire ses valises
---------------
 OPLOSSINGEN  SOLUTIONS 

01. Ze heeft haar boek verloren. / Ze hebben hun boek verloren.
02. U houdt veel van uw hond.
03. We hebben onze vriend ontmoet.
04. Hij heeft zijn handen gewassen.
05. Je ben aan je derde boterham begonnen.
06. Je viert morgen je verjaardag.
07. Ze wil haar huis niet verkopen. / Ze willen hun huis niet verkopen.
08. Hij is trots op zijn nieuwe auto.
09. Ze moet haar fiets laten repareren. / Ze moeten hun fiets laten repareren.
10. We pakken onze koffers in.
---------------
Pinterest : exercice 'De bezittelijke voornaamwoorden : niet-zelfstandige vormen' - 
format JPEG
Doctissimo : oefening 'De bezittelijke voornaamwoorden : niet-zelfstandige vormen' -
jpeg-formaat

mardi 2 octobre 2018

Exercice de grammaire; grammatica-oefening : ons ? onze ? / l'adjectif possessif; het bezittelijk voornaamwoord (possessief pronomen) : bijvoeglijke vormen / néerlandais; Nederlands

  • Emploi de 'ons' et 'onze' / Gebruik van 'ons' en 'onze'
  • L'adjectif possessif / Het bezittelijk voornaamwoord, het possessief pronomen : bijvoeglijke vormen, niet-zelfstandige vormen
  • Grammaire néerlandaise : exercice / Nederlandse grammatica, Nederlandse spraakkunst : oefening
Elena Polyakova - Amsterdam in the morning
---------------
Les adjectifs possessifs
De bezittelijke voornaamwoorden : bijvoeglijke vormen

 EXERCICE  /  OEFENING 

Complète : ons ou onze ?
Vul in : ons of onze ?

01. Spreek je van .......... leraar Engels ?
02. Ik vind .......... huis te klein.
03. Wilt u .......... keuken eens zien.
04. De man probeerde .......... kind te redden.
Woordenschat ➛ proberen : essayer / redden : sauver
05. In .......... leven hebben we al veel ongeluk gekend.
Woordenschat ➛ het leven : la vie / het ongeluk : le malheur
06. .......... tafel is niet groot genoeg.
Woordenschat ➛ niet ... genoeg : pas ... assez
07. We zijn aan het einde van .......... reis gekomen.
08. Dat zijn .......... nieuwe buren.
09. Waar is .......... kat ?
10. .......... vliegtuig heeft een uur vertraging.
Woordenschat ➛ de vertraging : le retard
11. .......... vakantie is al voorbij !
Woordenschat ➛ voorbij : passé, terminé
12. Hij heeft .......... tv-toestel gerepareerd.
13. We gaan vanavond met .......... vrienden uit.
Woordenschat ➛ uitgaan : sortir, faire une sortie
14. .......... land ligt aan de Noordzee.
Woordenschat ➛ de Noordzee : la mer du Nord
15. Ze kan zaterdagavond niet op .......... feest komen.
---------------
SOLUTIONS  /  OPLOSSINGEN 

01. onze leraar / 02. ons huis / 03. onze keuken / 04. ons kind / 05. ons leven / 06. Onze tafel / 07. onze reis / 08. onze nieuwe buren / 09. onze kat / 10. Ons vliegtuig / 11. Onze vakantie / 12. ons tv-toestel / 13. onze vrienden / 14. Ons land / 15. ons feest
---------------
Pinterest : exercice 'Complète : ons of onze ?' - format JPEG
Doctissimo : oefening 'Vul in : ons ou onze ?' - jpeg-formaat

mercredi 26 septembre 2018

Exercice grammatical; grammatica-oefening : l'adjectif possessif; het bezittelijk voornaamwoord (het possessief pronomen) : bijvoeglijke vormen / néerlandais; Nederlands

  • Emploi de 'zijn' et 'haar' / Gebruik van 'zijn' en 'haar'
  • L'adjectif possessif / Het bezittelijk voornaamwoord, het possessief pronomen : bijvoeglijke vormen, niet-zelfstandige vormen
  • Grammaire néerlandaise : exercice / Nederlandse grammatica, Nederlandse spraakkunst : oefening
---------------
 Purple evening in Amterdam,  Elena Polyakova
---------------
OEFENING / EXERCICE
 Het persoonlijk voornaamwoord (het possessief pronomen : 
bijvoeglijke vormen, niet-zefstandige vormen) 
 Les adjectifs possessifs 

Vul in : zijn of haar ?
Complète : zijn ou haar ?

01. Liesje werkt op .......... kamer.
02. Karel wacht op .......... vriend.
03. Mevrouw Kok komt met .......... zoon en .......... dochter mee.
04. Vader gaat elke dag naar .......... kantoor.
Woordenschat ➛ het kantoor : le bureau
05. Mijn zuster rijdt vandaag met .......... man naar Nederland.
06. Sonia gaat met .......... moeder naar zee.
07. De directrice blijft in .......... wagen wachten.
08. Mijn broer kijkt op .......... horloge.
09. Grootvader leest .......... krant.
10. De lerares spreekt met .......... leerlingen.
11. De buurman luistert naar de radio in ......... tuin.
Woordenschat ➛ de buurman : le voisin
12. Hij gaat met .......... collega naar België.
13. Ze schrijft een brief naar .......... oma.
Woordenschat ➛ de oma : la grand-mère
14. Het kind speelt met .......... treintje.
15. Het meisje neemt .......... fiets.
---------------
 OPLOSSINGEN  /  SOLUTIONS 

01. Liesje werkt op haar kamer.
02. Karel wacht op zijn vriend.
03. Mevrouw Kok komt met haar zoon en haar dochter mee.
04. Vader gaat elke dag naar zijn kantoor.
05. Mijn zuster rijdt vandaag met haar man naar Nederland.
06. Sonia gaat met haar moeder naar zee.
07. De directrice blift in haar wagen wachten.
08. Mijn broer kijkt op zijn horloge.
09. Grootvader leest zijn krant.
10. De lerares spreekt met haar leerlingen.
11. De buurman luistert naar de radio in zijn tuin.
12. Hij gaat met zijn collega naar België.
13. Ze schrijft een brief naar haar oma.
14. Het kind speelt met zijn treintje.
15. Het meisje neemt haar fiets.
Pinterest : exercice 'Kies zijn of haar' en format JPEG
Doctissimo : exercice 'Choisis zijn ou haar' en format JPEG