mardi 7 août 2018

Exercice grammatical; grammatica-oefening : le présent, l'indicatif présent; de o.t.t. (de onvoltooid tegenwoordige tijd), het presens / néerlandais; Nederlands

  • Exercice grammatical contextualisé / Grammaticale oefening in context
  • Grammaire néerlandaise / Nederlandse grammatica, Nederlandse spraakkunst
  • Le présent, l'indicatif présent / De o.t.t. (de onvotooid tegenwoordige tijd), het presens
---------------
 EXERCICE : complétez par la forme verbale correcte.  
 OEFENING : vul de juiste werkwoordsvorm in. 
Klik op de afbeelding om die te vergroten! / Of klik rechts op de afbeelding om die in een nieuw venster open te doen!
Cliquez sur l'illustration pour l'agrandir! / Ou cliquez droit sur l'illustration pour l'ouvrir dans une nouvelle fenêtre!

WOORDENSCHAT / VOCABULAIRE 

de huiskamer (= de woonkamer, de living) : le living, le séjour
de jarige [iemand die zijn verjaardag viert] : la personne dont c'est l'anniversaire
Dirk z'n bord = het bord van Dirk : l'assiette de Dirk
het cadeau (= het geschenk) : le cadeau
het briefje [< de brief] : la petite lettre
Dirk z'n naam = de naam van Dirk : le nom de Dirk
Hartelijk gefeliciteerd met je verjaardag! : Joyeux anniversaire!
roepen : crier
vrolijk : joyeux
de stem : la voix
meteen (= direct, rechtstreeks) : tout de suite, immédiatement
het horloge : la montre
de voetbal : le ballon de foot(ball)
echt : vraiment
Hij ziet er tevreden uit. : Il a l'air content.
----------------
 SOLUTIONS / OPLOSSINGEN 

In de huiskamer staan vader en moeder op de jarige te wachten. Er staat een mooi bloemetje op tafel. Naast Dirk z'n bord liggen allerlei cadeautjes. Daar ligt ook een briefje met Dirk z'n naam erop. En hieronder kun/kan je lezen wat vader geschreven heeft : 'Vandaag 10 jaar!'
'Hartelijk gefeliciteerd met je verjaardag!' roept vader met vrolijke stem, als Dirk binnenkomt. Het jongetje kijkt meteen naar de tafel waarop de cadeautjes liggen. Hij krijgt een horloge, enkele boeken en een voetbal. Hij ziet er echt tevreden uit!
Doctissimo : document 'Dirk is jarig' en format JPEG
-
Document 'Dirk is jarig' en format PDF

mardi 17 juillet 2018

Exercice de vocabulaire; woordenschatoefening : 'Mensen op straat' (beroepen); 'Des gens en rue' (professions) / néerlandais; Nederlands

  • Exercice d'appariement, exercice d'association / Combineeroefening, matchingoefening / associatieoefening
  • Thème : professions / Thema : beroepen
  • Vocabulaire néerlandais / Nederlandse woordenschat
---------------
MENSEN OP STRAAT (BEROEPEN)
DES GENS EN RUE (PROFESSIONS)

Verbind elk personage met een beroepsnaam. Welk beroep staat niet op het beeld? Kies daarna het passende zinnetje.
Associe chaque personnage à un nom de profession. Quelle profession ne figure pas sur l'image? Choisis ensuite la phrase adéquate.
Klik op de afbeelding om die te vergroten! / Of klik rechts op de afbeelding om die in een nieuw venster open te doen!
Cliquez sur l'illustration pour l'agrandir! / Ou cliquez droit sur l'illustration pour l'ouvrir dans une nouvelle fenêtre!
----------------
Schrijf hieronder je antwoorden. / Ecris tes réponses ci-dessous.

de politieagent ➛ nummer? ..... / letter? .....
de ijsverkoopster ➛ nummer? ..... / letter? .....
de postbode ➛ nummer ? ..... / letter? .....
de bakker ➛ nummer? ..... / letter? .....
de melkboer ➛ nummer? ..... / letter? .....
de vuilnisman ➛ nummer? ..... / letter? .....

Woordenschat / Vocabulaire

de poltieagent = de poltieman; de politieagente = de politievrouw
de ijsverkoopster = de ijscovrouw [zeldzaam / rare]; de ijsverkoper = de ijscoman
de postbode = de brievenbesteller [formele of administratieve taal / langue formelle ou administrative]
de bakker; de bakkersvrouw
de melkboer = de melkbezorger, de melkman; de melkboerin = de melkbezorgster, de melkvrouw, het melkmeisje
de vuilnisman = de vuilnisophaler
---------------

OPLOSSINGEN / SOLUTIONS

de politieagent 3c
de ijsverkoopster  4a
de postbode 2f
de bakker ➛ staat niet op het beeld! / -- e
de melkboer 1b
de vuilnisman 5d

Doctissimo : document 'Mensen op straat (beroepen)' - format JPG
--

mercredi 11 juillet 2018

Woordenschat; vocabulaire : 'Aan zee'; 'À la mer' / Nederlands; néerlandais

  • Thematiek : de zee, het strand, de vakantie / Thématique : la mer, la plage, les vacances
  • Nederlandse woordenschat / Vocabulaire néerlandais
  • Tekening, afbeelding / Dessin, illustration
---------------
 AAN ZEE  À LA MER 
Klik op de afbeelding om die te vergroten! / Klik rechts 
op de afbeelding om die in een nieuw venster open te doen!
Cliquez sur l'illustration pour l'agrandir! / Cliquez droit 
sur l'illustration pour l'ouvrir dans une nouvelle fenêtre!
---------------
Vertaling in het Frans / Traduction en français

1. de duikplank : le plongeoir
2. de roeiboot : la barque, le canot
3. de hemel : le ciel
4. de vlieger : le cerf-volant
5. de wolk : le nuage
6. de draaimolen [= het/de carrousel = de mallemolen] : le carrousel, le manège
7. de bliksem [= de bliksemstraal = de bliksemschicht] : l'éclair, la foudre
9. de schommel : la balançoire
10. de zeedijk : la digue de mer
11. de zwembroek : le slip de bain, la maillot de bain
12. het zwempak : le maillot de bain
13. de (reddings)boei : la bouée (de sauvetage)
14. de golf : la vague
15. het hoopje zand [= het bergje zand] : le tas de sable
16. de zandzeef : le tamis à sable
17. de (strand)handdoek [= het strandlaken] : la serviette (de plage)
18. het zandkasteel : le château de sable
19. de (strand)kei [= het (strand)steentje] : le galet
20. de emmer : le seau
21. het zand : le sable
22. de parasol : le parasol
23. de wandelweg [= de promenade] : le chemin réservé aux piétons, la promenade, la rue piétonne
24. Ze baden in het water : Ils se baignent dans l'eau
25. Hij zwemt in de zee : Il nage dans la mer
26. Hij neemt een duik in de zee : Il fait un plongeon dans la mer, il pique une tête dans la mer.
27. Ze speelt met haar vlieger : Elle joue avec son cerf-volant
28. Ze bouwen een zandkasteel : Ils construisent un château de sable
29. Hij bespat haar met water : Il l'éclabousse d'eau, il l'éclabousse avec de l'eau
30. de duiksprong : le plongeon
Doctissimo Format JPEG : 

lundi 11 juin 2018

Écris une petite histoire sur toi-même (professions); schrijf een verhaaltje over jezelf (beroepen) / exercice d'écriture; schrijfactiviteit / néerlandais; Nederlands

  • Expression écrite : écrire une petite histoire sur soi-même / Schrijfvaardigheid : een verhaaltje schrijven over zichzelf
  • Vocabulaire : les professions / Woordenschat : beroepen
  • Grammaire : emploi des conjonctions de subordination 'toen' et 'omdat' / Grammatica (spraakkunst) : gebruik van de onderschikkende voegwoorden (subordinerende conjuncties) 'toen' en 'omdat'
  • Construction de la phrase : la subordonnée / zinsbouw : de bijzin
---------------
Ecris une petite histoire sur toi-même selon le modèle proposé : 'Quelle profession envisageais-tu d'exercer quand tu étais petit(e)? Que veux-tu devenir maintenant et pourquoi?'
Schrijf een verhaaltje over jezelf volgens het voorgestelde model : 'Welk beroep was je van plan te gaan uitoefenen toen je klein was? Wat wil je nu worden en waarom?'
Clique sur l'illustration pour l'agrandir.
Klik op de afbeelding om die te vergroten.
---------------
Solutions / oplossingen
Phrases exemples / Voorbeeldzinnen

Toen ik vijf jaar (oud) was, wilde ik verkoopster/winkelierster/handelaarster worden omdat mijn ouders een winkel hadden.
Toen ik tien jaar (oud) was, wilde ik kapster worden omdat ik het leuk vond om mensen mooi te maken.
Nu ik zestien jaar (oud) ben, wil ik secretaresse worden omdat ik van administratief werk hou; ... informaticaspecialiste/computerdeskundige worden omdat het het vak van de toekomst is.

Toen ik vijf (oud) was, wilde ik politieagent/politieman worden omdat ik dieven wilde arresteren/aanhouden.
Toen ik tien jaar (oud) was, wilde ik brandweerman worden omdat ik mensen wilde redden.
Nu ik zeventien jaar (oud) ben, wil ik verpleger worden omdat ik zieke mensen wil helpen.

samedi 9 juin 2018

Exercice de vocabulaire; woordenschatoefening : expressions néerlandaises contenant des noms de couleurs; Nederlandse uitdrukkingen met kleurnamen

  • Couleurs, noms de couleurs / Kleuren, kleurnamen
  • Expressions ou locutions néerlandaises typiques / Typische Nederlandse uitdrukkingen
  • Vocabulaire néerlandais : particularités lexicales / Nederlandse woordenschat : lexicale bijzonderheden
  • Exercice lexical en néerlandais avec illustrations / Woordenschatoefening Nederlands met illustraties
  • Niveaux : 3N1, 4N1 / Niveaus : 3N1, 4N1
---------------
Expressions contenant des noms de couleurs
Uitdrukkingen met kleurnamen

Oplossingen / Solutions

1. Het meisje werd rood tot achter de oren.
2. Ik ben futloos en ontmoedigd. Ik zie alles zwart in.
3. Ze werd groen en geel van nijd toen ze de nieuwe woning van haar vriendin zag.
4. Zijn gezicht was blauw van de kou!
5. Hij merkte de fout op en liep paars aan van woede!
6. Duizenden toeristen laten zich bruin bakken op de Spaanse stranden.
7. De gemiddelde leeftijd dat de mensen grijs beginnen te worden, is tussen 30 en 35.
---------------
Franse vertaling / traduction française

1. tot achter de oren rood worden : rougir jusqu'à la racine des cheveux, rougir jusqu'au blanc des yeux
2. alles zwart inzien : voir tout en noir, broyer du noir
3. hij wordt groen en geel van nijd : la jalousie le fait passer par toutes les couleurs, la jalousie le fait changer de couleur.
4. blauw van de kou zijn : être bleu de froid, être vert de froid
5. hij loopt paars aan van woede : il devient violet de colère, il devient rouge de colère
6. zich bruin laten bakken : se faire rôtir au soleil, se faire bronzer au soleil
7. hij wordt grijs : ses cheveux grisonnent, il attrape des cheveux gris
---------------
Doctissimo - Format JPEG :
Pinterest - Format JPEG

Activité d'écoute; luisteractiviteit : 'Moeilijkheden bij het zich verstaanbaar maken / Spreekt u Nederlands?' / néerlandais: Nederlands

  • Cours de néerlandais / Les Nederlands
  • Thème : les langues / Thema : talen
  • Support didactique : MPA / Lesmateriaal : mp4
  • Compréhension à l'audition / Luistervaardigheid

Si vous souhaitez recevoir gratuitement le document écrit en format PDF et le document sonore 'Moeilijkheden bij het zich verstaanbaar maken / Spreekt u Nederlands?' en format MP3, il suffit d'en faire la demande en remplissant le formulaire de contact ou en cliquant sur 'mon profil docnederlands' afin de me contacter. Veuillez mentionner, dans votre courriel, la référence 'Moeilijkheden bij het zich verstaanbaar maken / Spreekt u Nederlands?'.

Wenst u het schriftelijke document in pdf-formaat en het geluidsdocument 'Moeilijkheden bij het zich verstaanbaar maken / Spreekt u Nederlands?' in mp3-formaat gratis te verkrijgen, dan moet u gewoon een aanvraag doen door het contactformulier in te vullen of door op 'mijn profiel docnederlands' te klikken voor contactopname. Gelieve de referentie 'Moeilijkheden bij het zich verstaanbaar maken / Spreekt u Nederlands' in uw mailtje te vermelden.
---------------

Luistervaardigheid :  
Moeilijkheden bij het zich verstaanbaar maken / Spreekt u Nederlands?


Ecoutez le document. / Luister naar het document.

I. Moeilijkheden bij het zich verstaanbaar te maken

Ecoutez attentivement les différentes phrases et retranscrivez-les.
Luister aandachtig naar de verschillende zinnetjes en schrijf die over.

01. Wat  ................................................................. ?
02. Ik  .......................................... . Wilt u het  .................................................... ?
03. ..........................................................................................................................
04. ..........................................................................................................................
05. ..........................................................................................................................
06. ..........................................................................................................................
07. ..........................................................................................................................
08. ..........................................................................................................................
09. ..........................................................................................................................

Oplossingen / Solutions


01. Wat zegt u?
02. Ik begrijp u niet. Wilt u het alstublieft herhalen?
03. Spreekt u Duits?
04. Wilt u alstublieft iets langzamer spreken?
05. Wat betekent dat?
06. Hoe spreek je dit woord uit?
07. Wilt u het alstublieft voor me opschrijven?
08. Wilt u het alstublieft spellen?
09. Kunt u alstublieft deze zin voor me vertalen?

[Woordenschat ➛ iets langzamer : un peu plus lentement / betekenen : signifier, vouloir dire / uitspreken : prononcer / opschrijven = noteren / spellen : épeler / de zin : la phrase / vertalen : traduire]

II. Spreekt u Nederlands?

Ecoutez attentivement les différentes phrases et retranscrivez-les.
Luister aandachtig naar de verschillende zinnetjes en schrijf die over.

01. Spreekt  ....................................................................................................
02. Nee, ik spreek  .........................................................................................
03. Ik ..............................................................................................................
04. ..................................................................................................................
05. ..................................................................................................................
06. ..................................................................................................................
07. ..................................................................................................................
08. ..................................................................................................................
09. ..................................................................................................................
10. ..................................................................................................................
11. ..................................................................................................................
12. ..................................................................................................................
13. ..................................................................................................................
14. ..................................................................................................................
15. ..................................................................................................................
16. ..................................................................................................................
17. ..................................................................................................................
18. ..................................................................................................................
19. ..................................................................................................................
20. .................................................................................................................. 
21. ..................................................................................................................
22. ..................................................................................................................
23. ..................................................................................................................
24. ..................................................................................................................
25. ..................................................................................................................
26. ..................................................................................................................
27. ..................................................................................................................

Oplossingen / Solutions
01. Spreekt u Nederlands?
02. Nee, ik spreek geen Nederlands.
03. Ik spreek alleen maar Frans.
04. Ik spreek heel slecht Nederlands.
05. Ik spreek een beetje Nederlands.
06. Ik ken een paar woorden.
07. Verstaat u mij?
08. Nee, ik versta u niet. Ik versta u helemaal niet.
09. Verstaat u wat hij zegt?
10. Ik versta geen woord.
11. Verstaat hij wat u zegt?
12. Nee, hij verstaat niets.
13. Ja, hij verstaat alles.
14. Kunt u dat verstaan?
15. Begrijpt u dat?
16. Ik kan Nederlands lezen, maar ik kan het niet spreken.
17. Spreekt u maar langzaam!
18. Hoe spelt u dat woord?
19. Ik heb geen aanleg voor talen.
20. Wat zegt u?
21. Wat heeft u gezegd?
22. Wilt u het nog eens zeggen?
23. Wat bedoelt u?
24. Wilt u alstublieft langzaam spreken?
25. Spreekt u maar heel langzaam!
26. U spreekt te vlug voor mij. Hoe spreekt u dit woord uit?
27. De uitspraak van deze klank is moeilijk.

[Woordenschat ➛ verstaan : comprendre (une langue, ce qu'on dit – auditivement) / begrijpen : saisir, comprendre (un raisonnement, un problème – processus intellectuel) / spellen : épeler (spelen !! : jouer) / aanleg hebben voor : avoir des dispositions pour, être doué pour / de aanleg : la disposition, le talent / bedoelen : vouloir dire, entendre par (betekenen !! : vouloir dire, signifier – sens d'un mot) / heel = zeer, erg / uitspreken : prononcer / de uitspraak : la prononciation / de klank : le son]

mardi 27 mars 2018

Woordenschat; vocabulaire : op het platteland; à la campagne / Nederlands; néerlandais

  • Thema : het platteland; het werk op de boerderij; de werktuigen van de boer, het gereedschap van de boer / Thème : la campagne; le travail à la ferme; les outils du fermier, le matériel ou l'outillage du fermier
  • Nederlandse woordenschat / Vocabulaire néerlandais
  • Tekening, afbeelding / Dessin, illustration
Holland poster, 1940
---------------

OP HET PLATTELAND / A LA CAMPAGNE
Klik op de afbeelding om die te vergroten! / Cliquez sur l'illustration pour l'agrandir!

Vertaling in het Frans / Traduction en français

1. de boerderij (= de hoeve) : la ferme
2. de berg : la montagne
3. de boom : l'arbre / het bos : le bois, la forêt
4. de brug : le pont
5. de boer : le fermier / de landbouwer : l'agriculteur
6. het veld / de akker : le champ
7. de kerk : l'église
8. de heuvel la colline
9. de watermolen : le moulin à vent
10. het dorp : le village
11. de wei / de weide : la prairie, le pré
12. het struikgewas : les buissons, les fourrés
13. de (ploeg)voor / de (ploeg)vore : le sillon
14. de eend : le canard
15. de oever : la rive, le bord
16. het gras : l'herbe
17. de visser : le pêcheur
18. het strodak : le toit de chaume
19. de zwaan : le cygne
20. de gieter : l'arrosoir
21. de uil : le hibou, la chouette
22. de omheining : la clôture
23. de schop (= de schep) : la pelle
24. de tuinman / de tuinier : le jardinier
25. de ploeg : la charrue
26. de spade : la bêche
27. de kruiwagen : la brouette
28. de hark : le râteau
29. de bakker : le boulanger
30. de vishaak : l'hameçon
31. het vissnoer : la ligne (de pêche)
32. de hengel : la canne à pêche
33. Ze melkt de koe. : Elle trait la vache.
34. de vis : le poisson
35. Hij vist. : Il pêche.
36. Hij begiet de tuin. / Hij besproeit de tuin. : Il arrose le jardin.
37. Hij zaait. : Il sème. / Hij zaait koren. : Il sème le blé, il sème du blé.
38. de zeis : la faux
39. Hij maait het koren. : Il moisonne les céréales, il moisonne le blé.
40. De koe staat te grazen. : La vache est en train de paître, la vache est en train de brouter.
41. Hij ploegt de akker (om). : Il laboure la terre, il laboure le champ.
42. Hij spit de grond (om). : Il bêche le sol, il retourne la terre.

Document 'Op het platteland' également disponible dans la collection Google+  Woordenschat & oefeningen : 

mercredi 21 février 2018

Prononciation du néerlandais; Nederlandse uitspraak / vidéo; video

  • Introduction phonétique : sons de base / Fonetische introductie : basisklanken
  • Vidéo / Video
Ancienne carte illustrée : enfants hollandais

----------------


VIDEO : Nederlandse uitspraak / VIDÉO : prononciation néerlandaise
1ste deel : accent van Nederland / 1ère partie : accent des Pays-Bas
2de deel : accent van Vlaanderen / 2e partie : accent de Flandre

Les 1 - Supradidac
----------------
NEDERLANDSE UITSPRAAK

1. [u]

nul
de bus
het nummer
vlug
een stuk
Vlug, een stuk!

duur
muur
u
uw

2. [ie]

kies!
iets
Kies iets!
Ik zie.
niets
Ik zie niets.

3. [ij]

kijk!
Ik blijf

natuurlijk
eindelijk

4. [oe]

de moeder
uw boek

5. [ou(w), au(w)]

oud
een oude vrouw
gauw

6. [ui]

buiten
buiten het huis

7. [g]

geef!
een glas
Geef hem een glas!

8. [j]

ja
Ja, mevrouw Janssen.
Het is jammer.
Het is jammer voor Jan.

9. [ch]

prachtig
de nacht
Wat een prachtige nacht!

10. [sch]

misschien
Hij schrijft.
de Schelde
de school
het schip

11. [ng]

pingpong
ding
jongen

Herhaling

dan
dun
de andere jongens
Blijf niet buiten!
Kom vlug hier!
De moeder van Jan
Kijk, een schip!
---------------

VIDEO 'Algemene uitdrukkingen / Expressions générales' également disponible sur  Doctissimo http://club.doctissimo.fr/profnlds/lessen-nederlands-neerlandais-807145/video/1-supradidac-nederlands-26570584.html