Affichage des articles dont le libellé est inversie. Afficher tous les articles
Affichage des articles dont le libellé est inversie. Afficher tous les articles

mardi 10 septembre 2019

L'inversion; de inversie / ordre des mots; woordvolgorde / exercice de grammaire; grammatica-oefening / néerlandais; Nederlands

  • Construction de la phrase : l'inversion / Zinsbouw, zinsconstructie : de inversie
  • Ordre des mots / woordvolgorde
  • Grammaire de base / Basisgrammatica
  • Exercice de grammaire / grammaticale oefening, grammaticaoefening
---------------
 Oefening : DE INVERSIE   /  Exercice : L'INVERSION 

Commence les phrases suivantes par les mots en italique.
Begin de volgende zinnen met de cursief gedrukte woorden.

01. Je krijgt lekker eten in dat hotel.
...........................................................................
02. Jan is misschien ouder dan mijn zus.
...........................................................................
03. Hij houdt helemaal niet van vis.
...........................................................................
04. We krijgen koud vlees vandaag.
...........................................................................
05. Onze vriend neemt de bus om half drie.
...........................................................................
06. Ik hou helemaal niet van die kaas.
...........................................................................
07. Klaas moet vanmiddag naar de stad gaan.
...........................................................................
08. Je woont nu alleen.
........................................................................... 
09. Ik ben jarig op 8 juni.
...........................................................................
10. Mijn broer speelt met de hond in de tuin.
............................................................................
11. We blijven de hele avond bij onze oude vriend Bokma.
............................................................................
12. Hij gaat morgen met zijn broer naar Antwerpen.
............................................................................
13. We kunnen elkaar vanavond niet zien.
............................................................................
14. Ze vieren zondag de verjaardag van hun grootvader.
............................................................................
15. Je kunt de hele dag aan verschillende sportactiviteiten meedoen.
............................................................................
woordenschat ➛ verschillende ... : différent(e)s ... / meedoen (aan) : participer (à)
---------------

SOLUTIONS  /  OPLOSSINGEN 
01. In dat hotel krijg je lekker eten.
02. Misschien is Jan ouder dan mijn zus.
03. Van vis houdt hij helemaal niet.
04. Vandaag krijgen we koud vlees.
05. Om half drie neemt onze vriend de bus.
06. Van die kaas hou ik helemaal niet.
07. Vanmiddag moet Klaas naar de stad gaan.
08. Nu woon je alleen.
09. Op 8 juni ben ik jarig.
10. In de tuin speelt mijn broer met de hond.
11. De hele avond blijven we bij onze oude vriend Bokma.
12. Met zijn broer gaat hij morgen naar Antwerpen.
13. Vanavond kunnen we elkaar nier zien.
14. Zondag vieren ze de verjaardag van hun grootvader.
15. De hele dag kun je aan verschillende sportactiviteiten meedoen.
---------------
Doctissimo : document 'Oefening : de inversie / Exercice : l'inversion' / format JPEG
http://club.doctissimo.fr/profnlds/grammatica-oefeningen-nederlands-807825/photo/inversie-inversion-construction-28253203.html
Pinterest : document 'Oefening : de inversie / Exercice : l'inversion' / jpeg-formaat
https://www.pinterest.fr/pin/319051954853375091/

jeudi 9 mai 2019

L'inversion; de inversie / ordre des mots; woordvolgorde / exercice de grammaire; grammatica-oefening / néerlandais; Nederlands

  • Construction  de la phrase : l'inversion / Zinsbouw, zinsconstructie : de inversie
  • Ordre des mots / Woordvolgorde
  • Grammaire de base / Basisgrammatica
  • Exercice grammatical / grammatica-oefening
---------------
 DE INVERSIE  /   L'INVERSION 

Verander de zinsbouw volgens het model : begin de zin met het onderstreepte woord.
Change la construction de la phrase selon le modèle : commence la phrase avec le mot souligné.

Ze heeft daar een mooi huis.
➛ Daar heeft ze een mooi huis.

01. Hij gaat morgen met vakantie.
......................................................................................
02. Peter woont nu in Antwerpen.
......................................................................................
03. Je blijft zondag thuis.
......................................................................................
04. Ik wacht hier op de kinderen.
......................................................................................
05. Tom en Ina komen om 3 uur.
......................................................................................
06. Hij leest de krant in de tuin.
......................................................................................
07. Hij rijdt met de fiets naar het centrum van de stad.
......................................................................................
08. Hij luistert naar de radio op zijn kamer.
......................................................................................
09. We werken zaterdag in de tuin.
......................................................................................
10. Je gaat vaak naar het zwembad.
......................................................................................
11. Ze kan je misschien helpen.
......................................................................................
12. Ik wil dat niet doen !
......................................................................................
13. Wij drinken nog een kopje koffie op het terras.
......................................................................................
14. Zij staat om 6 uur 's morgens op.
......................................................................................
15. Er staat een politieagent op de hoek van de straat.
......................................................................................
---------------
SOLUTIONS  /  OPLOSSINGEN 
01. Morgen gaat hij met vakantie.
02. Nu woont Peter in Antwerpen.
03. Zondag blijf je thuis.
04. Hier wacht ik op de kinderen.
05. Om drie uur komen Tom en Ina.
06. In de tuin leest hij de krant.
07. Met de fiets rijdt hij naar het centrum van de stad.
08. Op zijn kamer luistert hij naar de radio.
09. Zaterdag werken we in de tuin.
10. Vaak ga je naar het zwembad.
11. Misschien kan ze je helpen.
12. Dat wil ik niet doen !
13. Op het terras drinken wij nog een kopje koffie.
14. Om 6 uur 's morgens staat zij op.
15. Op de hoek van de straat staat (er) een politieagent.
---------------
Doctissimo : oefening 'de inversie - l'inversion'  / format JPEG
Pinterest : oefening 'de inversie - l'inversion' / jpeg-formaat