jeudi 3 août 2017

Woordenschatoefening : voorwerpen in het huis; les objets dans la maison / exercice lexical / Nederlands; néerlandais

  • Exercice lexical en néerlandais / Lexicale oefening in het Nederlands
  • Thème : la maison, l'habitation, les objets dans la maison / Thema : het huis, de woning, de voorwerpen het huis
  • Nommer des objets / Voorwerpen noemen
  • Donner l'article défini : DE ou HET / Het bepaald lidwoord geven : DE of HET
---------------
Spreekwoord : Oost west, thuis best.
Betekenis men heeft misschien de hele wereld doorkruist en het goed gehad, maar men zal zich nergens beter bevinden dan thuis.
Les objets dans la maison
Comment appelles-tu les objets suivants. Mentionne l'article défini : DE ou HET?


Document 'De kamers van het huis' en format JPG sur Pinterest : https://fr.pinterest.com/pin/319051954842675328/



Document 'De kamers van het huis' également disponible dans la collection Google+ Woordenschat & oefeningen : https://plus.google.com/u/0/108124208986236102370/posts/WSqc7MTohRY



---------------
OPLOSSINGEN / SOLUTIONS

1) de tafel
2) het bed
3) het bureau, de schrijftafel
4) de koelkast, de ijskast
5) het bad, de badkuip
6) de stoel
7) de kleerkast
8) het boekenrek
9) het fornuis
10) de wastafel, de wasbak
11) de kast, het kastje
12) de leunstoel, de armstoel, de fauteuil
13) de computer
14) de oven
15) de wc, de closetpot, de toiletpot, de wc-pot
16) de rustbank, de ligbank, de sofa, de divan, de canapé
17) de commode
18) de telefoon, het telefoontoestel
19) de lamp (met een kap), de schemerlamp
20) de douche (uitspraak: [duʃ])
21) de televisie, de tv, het televisietoestel
22) de wekker
23) het ontbijtblad
24) de magnetron (= de microgolf, de microgolfoven [Belgisch-Nederlands])
25) het/de broodrooster
26) de mp3-cd-speler
27) het (vloer)kleedje
28) de (diep)vriezer

Aucun commentaire:

Enregistrer un commentaire