mardi 15 janvier 2019

Exercice de grammaire; grammatica-oefening / mots interrogatifs; vraagwoorden, interrogatieven : wanneer?, hoe laat? / néerlandais; Nederlands

  • Exercice de base / Basisoefening
  • Les mots interrogatifs : wanneer?, hoe laat? / De vraagwoorden, de interrogatieven : wanneer?, hoe laat?
  • Exercice de grammaire : poser des questions / Grammatica-oefening : vragen stellen
---------------
 Grammatica-oefening  Exercice de grammaire 
WANNEER? / HOE LAAT?

Stel een vraag : kies 'wanneer' of 'hoe laat'.
Pose une question : choisis 'wanneer' ou 'hoe laat'.

01. Hij is om half één thuis.
........................................................................
02. Ze gaat morgen met vakantie naar zee.
........................................................................
03. Mijn zoon eet vandaag op school.
........................................................................
04. Freddy neemt de trein om twee uur.
........................................................................
05. Het feest begint om tien uur 's avonds.
........................................................................
06. Doris gaat zaterdag bij Helma eten.
........................................................................
07. Ze rijdt volgende dinsdag naar Brussel.
........................................................................
08. Ik moet straks naar de tandarts gaan.
........................................................................
woordenschat ➛ de tandarts : le dentiste
09. Over een paar dagen zullen we hem in Rome bezoeken.
........................................................................
10. Ik ben om 2 uur 's nachts wakker geworden.
........................................................................
woordenschat ➛ wakker worden : se réveiller
11. Overmorgen moet ik naar het ziekenhuis gaan.
........................................................................
12. Deze uitzending eindigt om 8.45 uur.
 ........................................................................
woordenschat ➛ de uitzending : l'émission / eindigen : se terminer, finir
---------------
OPLOSSINGEN  /  SOLUTIONS 
01. Hoe laat is hij thuis?
02. Wanneer gaat ze met vakantie naar zee?
03. Wanneer eet je zoon op school?
04. Hoe laat neemt Freddy de trein?
05. Hoe laat begint het feest?
06. Wanneer gaat Doris bij Helma eten?
07. Wanneer rijdt ze naar Brussel?
08. Wanneer moet je naar de tandarts gaan?
09. Wanneer zullen jullie hem in Rome bezoeken?
10. Hoe laat ben je wakker geworden?
11. Wanneer moet je naar het ziekenhuis gaan?
12. Hoe laat eindigt deze uitzending?
---------------
Doctissimo : oefening 'wanneer?, hoe laat?' / jpeg-formaat
Pinterest : exercice 'wanneer?, hoe laat?' / format JPEG

Aucun commentaire:

Enregistrer un commentaire